“Mag ik dit geneesmiddel gebruiken nu ik zwanger ben?”
Dat is een veel gehoorde vraag uit bezorgdheid voor de ontwikkeling van het
ongeboren kind.
Om geen enkel risico te lopen zou je natuurlijk het liefst niets gebruiken.
Toch is een medicijnloze zwangerschap niet voor iedereen weggelegd. Bovendien
komen bepaalde klachten juist in de zwangerschap vaker voor.
De zwangerschap in periodes
Bij de bevruchting versmelten een eicel en een zaadcel. Dit gebeurt in de
eileider meestal ongeveer 14 dagen na de eerste dag van de laatste menstruatie.
Zes tot zeven dagen na de bevruchting nestelt de vrucht zich in de wand van
de baarmoeder en ontwikkelt zich daar verder tot een embryo. In deze periode
is de vrouw nog niet "over tijd" en weet zij dus nog niet dat zij
zwanger is. Er is nog geen placenta en de voeding van de vrucht komt de dooierzak
van de eicel. De vrucht is dan al wel kwetsbaar. Als er iets fout gaat bij
de bevruchting of bij de eerste celdelingen sterft de vrucht meestal vanzelf
binnen een tot twee weken af. Als de celdeling toch doorgaat kan een baby worden
geboren met een aangeboren afwijking.
Na de derde week komt de placenta tot ontwikkeling en worden alle organen
gevormd. Dit duurt ongeveer tot de 12e week. In deze periode is de vrucht erg
gevoelig voor mogelijke schadelijke stoffen die via het bloed van de moeder
en de placenta het kind kunnen bereiken. Als de aanleg van de organen wordt
verstoord zal immers de uitgroei ook niet goed verlopen. Als het embryo in
deze periode beschadigd wordt, kan het alsnog afsterven of kunnen aangeboren
afwijkingen ontstaan.
De periode van de twaalfde tot de veertigste week van de zwangerschap is de
groeifase. In die periode groeit het kind in een enorm tempo. Woog het embryo
na
9 weken 1 gram en was het 2 centimeter, 5 weken later is dat 170 gram en 20
tot 25 centimeter geworden. Daarna gaat de groei wat minder snel. In de groeifase
is het ongeboren kind wat minder gevoelig voor geneesmiddelen dan in het eerste
gedeelte van de zwangerschap. Toch kunnen bepaalde stoffen de groei van het
kind vertragen of organen of het zenuwstelsel beschadigen. Het spreekt voor
zich dat voorzichtigheid geboden blijft.
Veel voorkomende klachten
De zwangerschap kent zo zijn eigen ongemakken. Deze zijn vaak een gevolg van
hormonale veranderingen maar ontstaan ook omdat het kind ruimte nodig heeft.
Daardoor ontstaat druk op de maag, de blaas en de darmen.
Hieronder volgen de meest voorkomende klachten en hoe je daar verantwoord
mee om kunt gaan
Aambeien: deze kwaal komt tijdens zwangerschap regelmatig
voor, vaak samen met verstopping. Volg tegen de verstopping een laxeerdieet en probeer het leed
van de aambeien te verzachten met lidocainecreme ( Theranal ) of hamameliszalf. Verstopping: komt veel voor tijdens de zwangerschap. Het helpt vaak al om veel
te drinken. Zo’n 2 liter per dag. Daarbij is een laxerende voeding belangrijk:
bruinbrood, rauwkost, fruit, zemelen. Als een laxeermiddel nodig is gebruik
dan lactulosestroop. Af te raden zijn middelen met senna of bisacodyl. Ze kunnen
behalve de darm ook Blaasontsteking: komt ook vaker voor tijdens zwangerschap. Het is een klacht
waarmee je naar de dokter moet. Als je zegt dat je zwanger bent kan deze je
een middel voorschrijven dat je gerust kunt gebruiken. Misselijkheid en overgeven: is een verschijnsel dat veel voorkomt tijdens de
eerste
3 maanden en dan vooral ’s ochtends optreedt. Een kop thee met suiker
kan helpen. Blijven de klachten erg hinderlijk vraag dan de huisarts om raad.
Het kind moet immers wel voldoende voedingsstoffen binnen krijgen. Pijn: als het nodig is, kun je een paracetamoltablet gebruiken. Andere pijnstillers
kun je beter niet gebruiken zonder overleg met arts of apotheker. Zuurbranden en oprispingen: vermijd het drinken van koffie en gebruik geen
zware maaltijden. Heb je veel last dan kun je zuurbindende drank gebruiken.
Foliumzuur en zwangerschap
Het enige medicijn dat elke vrouw zou moeten gebruiken aan het begin van de
zwangerschap is foliumzuur. Het is een B-vitamine die helpt een open ruggetje
te voorkomen. Uit onderzoek in de V.S. en Hongarije is dat gebleken. Hoewel
de kans op een kind met een open ruggetje niet groot is adviseert de overheid
toch extra foliumzuur te gebruiken aan het begin van de zwangerschap vanwege
de ernst van de aandoening. De gewenste hoeveelheid is niet uit gewone voeding
te halen. Vrouwen die zwanger willen worden dienen extra foliumzuur te gebruiken
tot 8 weken na de conceptie, dus in de eerste 3 maanden van de zwangerschap.
Wat is het effect van alcohol en roken?
Het drinken van alcohol kan schade veroorzaken tijdens de ontwikkeling van
het embryo. Ook de aanleg van het centrale zenuwstelsel kan verstoord worden.
Een zwangere vrouw die regelmatig drinkt, loopt een groter risico dat haar
kind te vroeg geboren wordt. Wie enkele glazen per dag drinkt, heeft kans een
kind te krijgen met een foetaal alcoholsyndroom. Het kind heeft dan afwijkingen
in het gezicht en is geestelijk achter.
Door roken komen nicotine en koolmonoxide in uw bloedsomloop en dus ook in
die van de vrucht. Nicotine vernauwt de bloedvaten en door koolmonoxide kan
het bloed minder zuurstof vervoeren naar de vrucht. Baby's van rokende moeders
zijn daardoor naar verhouding kleiner en hebben een kleiner hoofdje. Het geboortegewicht
is gemiddeld 200 gram lager.
Geneesmiddelen en borstvoeding
Wanneer je geneesmiddelen gebruikt terwijl je borstvoeding geeft en merkt
dat je kind suf, slaperig of juist opgewonden is, dan kan dat samenhangen met
je geneesmiddelengebruik.
Veel van de geneesmiddelen die je inneemt, komen namelijk in de moedermelk
terecht. De baby neemt ze dan ongemerkt ook in en kan er soms last van krijgen.
Vooral de eerste 4 weken na de geboorte kan een kind zich nog moeilijk verweren
tegen schadelijke stoffen.
Ook alcohol, nicotine en coffeïne komen in de moedermelk terecht.
Vitamine K voor baby's die borstvoeding krijgen.
Vitamine K zit in groenten, zoals spinazie, tomaten en een aantal koolsoorten.
Ook wordt het door bepaalde bacteriën in de darm gemaakt. Vitamine K is
nodig voor een goede stolling van het bloed. Een tekort aan dit vitamine kan
leiden tot spontane bloedingen.
Een zuigeling kan nog geen vitamine K in zijn darmen maken.
Daarom krijgt elke pasgeborene die borstvoeding krijgt van de arts of verloskundige
vitamine K.
Als uw baby na de geboorte flesvoeding krijgt is een dit niet nodig omdat aan
flesvoeding al extra vitamine K is toegevoegd.
Rond het einde van de derde maand krijgt de baby bijvoeding en kan de darm
zelf vitamine K maken. Extra vitamine K is dan niet meer nodig. Als de baby
zowel borst- als flesvoeding krijgt, is extra vitamine K niet nodig als u meer
dan 400 ml flesvoeding per dag geeft.
Als een geneesmiddel noodzakelijk is tijdens borstvoeding overleg dan altijd
met je arts of apotheker of het kwaad kan.
Zou je korte tijd een mogelijk schadelijk middel moeten gebruiken, dan zou
je tijdelijk met de borstvoeding kunnen stoppen.
In dat geval is het aan te raden om, zolang je het geneesmiddel gebruikt de
melk af te kolven en die vervolgens weg te gooien. Daarmee houd je de melkproductie
op gang.
Moet langere tijd een mogelijk schadelijk middel worden gebruikt dan zal de
borstvoeding gestaakt moeten worden.
Informeer uw apotheek! wanneer u zwanger bent of borstvoeding geeft. Met behulp
van de apotheekcomputer waken wij met extra aandacht over de gezondheid van
u en uw kind. Met behulp van boeken kunnen wij u een afgewogen advies geven.
Maar dat kan alleen maar als u ons informeert. (via mail/fax/post/mondeling
aan de balie)
Dus informeer uw apotheek!
Samenvattend
Informeer uw apotheek als u zwanger bent of borstvoeding geeft.
Gebruik foliumzuur voor en in de eerste acht weken van de zwangerschap.
Begin er direct mee als u stopt met de pil of een ander voorbehoedmiddel. Dus:
zodra u zwanger wilt worden.
Rook niet en gebruik zo min mogelijk alcohol tijdens de zwangerschap en als
u borstvoeding geeft.
Krijgt uw zuigeling (bijna) alleen borstvoeding geef dan de eerste drie maanden
elke dag vitamine K.